Armoedebeleid, participatie en Kinderwijkraden

coverkpinnlDe jeugd heeft de toekomst en daar moet in geïnvesteerd worden. Dat is het uitgangspunt voor zowel armoedebeleid als jeugdparticipatie. Arm zijn betekent dat er veelal geen geld is om bijvoorbeeld samen een verjaardag te vieren, naar de film te gaan of lid zijn van een club. Terwijl het juist voor kinderen belangrijk is om er bij te horen.

Volgens hoogleraar pedagogiek Micha de Winter is participatie een educatief proces dat bijdraagt aan de ontwikkeling van jongeren tot actieve, welbewuste en betrokken burgers. Een belangrijk instrument om kinderen op hun eigen niveau en onder begeleiding democratisch burgerschap leren. Participatie houdt in leren vragen stellen en je mening te uiten en om naar de mening van een ander te luisteren en die af te wegen. En een ander in z’n waarde proberen te laten ook al is hij in de minderheid. Allemaal dingen die in een democratie belangrijk zijn.

Participatie is een essentiële voorwaarde voor de ontwikkeling van zelfvertrouwen, zelfrespect en sociale verantwoordelijkheid. Participatie komt niet alleen de persoonlijke ontwikkeling van individuele kinderen ten goede, maar ook de maatschappij als geheel. Het draagt namelijk bij aan gemeenschapsvorming, doordat het kinderen vertrouwd maakt met het leven in een groter verband. Neveneffecten zijn het vergroten van competenties, het vergroten van binding en het vergroten van politieke en maatschappelijke interesses.

Omdat leven in armoede een grotere kans op maatschappelijke uitsluiting met zich meebrengt, is juíst voor de ontwikkeling van kinderen in achterstandswijken participatie van cruciaal belang.

participatieladdertrpHet recht op participatie

Bij jeugdparticipatie wordt een onderscheid gemaakt tussen kinderparticipatie (tot 12 jaar) en jongerenparticipatie (12-23 jaar). Tussen deze groepen zit een belangrijk verschil in cognitieve en sociale ontwikkeling; beide groepen vragen om een eigen methodiek.

Volgens artikel 12 en 13 van het VN Verdrag voor de Rechten van het Kind hebben kinderen en jongeren het recht hebben om hun mening te geven, mee te praten en mee te beslissen over hun leefomgeving.

Stichting Alexander en het Verwey-Jonker Instituut onderscheiden vijf niveaus van jongerenparticipatie: informeren, raadplegen, in dialoog gaan, inspraak en eigen initiatief. Deze indeling is gebaseerd op de participatieladder van Hart (1992) en het medezeggenschapsmodel van De Winter et al.

Een van de belangrijkste leerpunten uit ervaringen met kinderparticipatie is dat kinderparticipatie niet exclusief draait om het betrekken van kinderen, maar ook dat er daadwerkelijk zichtbaar en herkenbaar iets met de resultaten wordt gedaan.
De ervaring leert dat het inrichten van de openbare ruimte zich goed leent voor het actief betrekken van kinderen, omdat kinderen zich direct betrokken voelen bij de plek en hun inspanningen tot zichtbare resultaten leiden.

Kinderparticipatie is een spannende opdracht omdat het van volwassenen vraagt dat ze een evenwicht vinden tussen hun eigen deskundigheid en de wijze waarop ervaringsdeskundigheid van kinderen kan worden benut.

Handreiking aan gemeenten

handreiking
handreiking aan gemeenten (pdf)

Staatssecretaris Jetta Klijnsma en Kinderombudsman Marc Dullaert hebben in een speciale handreiking (2015) gemeenten opgeroepen om speciale aandacht te besteden aan sociale participatie door kinderen. Daarbij gaat het gaat om beleid, maar ook om invloed op zaken die spelen in de wijk, op school, in de vrije tijd, in verenigingen of in jeugdvoorzieningen.

In het nieuwe gemeentelijke jeugdzorgstelsel wordt sterk ingezet op participatie. Het uitgangspunt is dat gemeenten kinderen en jongeren meer betrekken bij het beleid. Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat bijna alle (grotere) gemeenten jeugdparticipatie als beleidsdoel hebben geformuleerd en dat zij hiervoor budget beschikbaar hebben. Op papier benadrukken gemeenten het nut van jeugdparticipatie, maar de vormgeving blijkt uitermate lastig.

De Kinderombudsman adviseert gemeenten om een met diverse partijen, waaronder lokale aanbieders van hulp aan kinderen in armoede, een gezamenlijke aanpak voor verbetering van de leefsituatie van kinderen in armoede op te zetten, op zowel beleids- als uitvoerend niveau. Armoedebeleid en participatiebeleid concreet maken zorgt voor eigenaarschap en draagt bij aan verantwoordelijkheidsgevoel.

Bij veel projecten voor kinderparticipatie worden externe bureaus ingeschakeld. Wanneer er echter onvoldoende aandacht is voor overdracht van kennis en ‘eigenaarschap’ is er geen vervolg en heeft het project slechts een incidenteel karakter.

Kinderwijkraad voor participatie

Gemeenten hebben behoefte aan beproefde methodieken, met name ook voor kinderen in armoede. Vergeleken met jongerenparticipatie zijn er specifiek voor kinderparticipatie (tot 12 jaar) nog weinig tools voorhanden.

De Kinderwijkraad-methodiek (lesprogramma en Kinderwijkraad) voor kinderen van 9-12 jaar in achterstandswijken is bij uitstek gericht op participatie en democratisch burgerschap. Kinderwijkraden zijn geen incidenteel project, maar een blijvend samenwerkingsverband van organisaties uit de wijk (wijkbewoners, basisscholen, welzijn).
In de methodiek komen alle niveaus van participatie aan de orde. Daarbij staat eigen initiatief centraal, zowel bij het meedenken, debatteren en kiezen van plannen als bij het samen uitvoeren tot zichtbare resultaten.

Meer over Armoedebeleid en Participatie

opgroeien-zonder-armoede-infographic
SER 2017: Opgroeien zonder armoede

Opgroeien zonder armoede (SER-advies). Sociaal-Economische Raad, maart 2017.

Handreiking aan Nederlandse gemeenten voor effectief kindgericht armoedebeleid. De Kinderombudsman, juni 2015.

Kinderen in armoede in Nederland. De Kinderombudsman / Verwey-Jonker Instituut, juni 2013.

Kinderparticipatie in Nederland – Inspirerende voorbeelden uit de praktijk. Stichting Alexander, november 2011.

De staat van jeugdparticipatie in Nederland vanuit het perspectief van gemeenten. Verwey-Jonker Instituut / Stichting Alexander, februari 2010.

Liesbeth Schneiders en Ati Smit-Kruidenberg. Verantwoordelijkheid nemen en geven. Micha de Winter over jeugdparticipatie. Montessori Magazine 30-3, maart 2007.

Facebooktwittergoogle_plusmail